Page 15 - Inspectierapport Konijn & Ko 8+ BSO 02-12-2024
P. 15
Het pedagogisch beleidsplan bevat, indien van toepassing, een concrete beschrijving van de aard
en de organisatie van de activiteiten waarbij kinderen de basisgroep kunnen verlaten.
(art 1.50 lid 2 Wet kinderopvang; art 12 lid 3 onder b Besluit kwaliteit kinderopvang)
Het pedagogisch beleidsplan bevat, indien van toepassing, een concrete beschrijving van het beleid
ten aanzien van het gebruik kunnen maken van buitenschoolse opvang gedurende extra dagdelen.
(art 1.50 lid 2 Wet kinderopvang; art 12 lid 3 onder c Besluit kwaliteit kinderopvang)
Het pedagogisch beleidsplan bevat, indien van toepassing, een concrete beschrijving van de taken
die andersgekwalificeerde beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding, stagiairs en vrijwilligers
in de buitenschoolse opvang kunnen uitvoeren en de wijze waarop zij hierbij worden begeleid.
(art 1.50 lid 2 Wet kinderopvang; art 12 lid 3 onder e Besluit kwaliteit kinderopvang)
Het pedagogisch beleidsplan bevat, indien van toepassing, een concrete beschrijving van de wijze
waarop de houder kindercentrum-overstijgende opvang op schoolvrije dagen vormgeeft, waarbij de
houder in ieder geval ingaat op:
1. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan verantwoorde kinderopvang;
2. de geregistreerde voorzieningen van de houder waar deze opvang plaats kan vinden;
3.de wijze waarop dit van toegevoegde waarde is voor de ontwikkeling van het kind, en de wijze
waarop kinderen worden toegewezen aan een basisgroep.
(art 1.50 lid 2 Wet kinderopvang; art 12 lid 3 onder g Besluit kwaliteit kinderopvang)
Personeel en groepen
Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang
In het bezit van een verklaring omtrent het gedrag zijn:
a. de houder of voorgenomen houder van een kindercentrum en de bestuurder, vennoot, maat of
beheerder van dat kindercentrum;
b. de participerende ouder;
c. de personen die op basis van een arbeidsovereenkomst met de houder of met een
uitzendorganisatie tijdens opvanguren werkzaam zijn dan wel zullen zijn op de locatie van een
onderneming waarmee de houder een kindercentrum exploiteert en waar kinderen worden
opgevangen;
d. de personen die op basis van een andere overeenkomst met de houder structureel tijdens
opvanguren werkzaam zijn of zullen zijn op de locatie waar kinderen worden opgevangen;
e. de personen die uit hoofde van hun functie toegang hebben of zullen hebben tot informatie over
de kinderen die worden opgevangen;
f. de personen van 18 jaar en ouder die op het woonadres waar een kindercentrum is gevestigd
hun hoofdverblijf hebben of zullen hebben dan wel die structureel tijdens opvanguren aanwezig zijn
of zullen zijn op het kindercentrum, gevestigd op een woonadres.
Voor zover het natuurlijke personen betreft is eenieder als bedoeld in de onderdelen a tot en met f
ingeschreven in het personenregister kinderopvang en gekoppeld aan de houder.
(art 1.50 lid 3 en 1.48d lid 3 Wet kinderopvang)
Na inschrijving van een persoon als bedoeld in artikel 1.50 derde lid van de wet in het
personenregister kinderopvang en na koppeling met de houder van een kindercentrum kan de
persoon zijn werkzaamheden aanvangen.
(art 1.48d lid 3 en 1.50 lid 4 Wet kinderopvang)
15 van 21
Definitief inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 02-12-2024
Konijn & Ko 8+ BSO te Lochem