Page 20 - Inspectierapport Konijn & Ko 12-11-2025
P. 20
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
Vaststellen meldcode
De houder van een kindercentrum stelt voor het personeel een meldcode vast waarin stapsgewijs
wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan
en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden.
De door de houder voor het personeel vast te stellen meldcode bevat ten minste de volgende
elementen:
a. een stappenplan, inhoudende een omschrijving van de stappen voor het omgaan door het
personeel met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling;
b. een afwegingskader op basis waarvan het personeel het risico op en de aard en de ernst van het
huiselijk geweld of de kindermishandeling weegt en dat het personeel in staat stelt te beoordelen
of sprake is van dusdanig ernstig huiselijk geweld of ernstige kindermishandeling, dan wel van een
vermoeden daarvan, dat een melding is aangewezen;
c. een toebedeling van verantwoordelijkheden aan de diverse personeelsleden bij de stappen van
het stappenplan, inclusief vermelding van de functie van degene die eindverantwoordelijk is voor
de beslissing over het al dan niet doen van een melding;
d. indien van toepassing, specifieke aandacht voor bijzondere vormen van geweld, die speciale
kennis en vaardigheden van personeel vereisen;
e. specifieke aandacht voor de wijze waarop het personeel omgaat met gegevens waarvan zij het
vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden.
(art 1.51a lid 1, 2, 3 en 5 en 1.60c lid 1 Wet kinderopvang; art 14 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang)
Stappenplan meldcode
Het door de houder van een kindercentrum in de meldcode vastgestelde stappenplan bevat ten
minste de volgende stappen:
a. het in kaart brengen van de signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling;
b. collegiale consultatie en zo nodig raadplegen van het advies- en meldpunt huiselijk geweld en
kindermishandeling (Veilig Thuis) of een deskundige op het gebied van letselduiding;
c. een gesprek met de ouders en, indien mogelijk, het kind;
d. het toepassen van het afwegingskader, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;
e. het beslissen over:
- het doen van een melding, en
- het inzetten van de noodzakelijke hulp.
(art 1.51a lid 1, 2, 3 en 5 Wet kinderopvang; art 14 lid 1 onder a en 2 Besluit kwaliteit kinderopvang)
Bevorderen kennis en gebruik meldcode
De houder van een kindercentrum bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode.
(art 1.51a lid 4 Wet kinderopvang)
Accommodatie
Eisen aan ruimtes
De binnen- en buitenruimtes waar kinderen verblijven gedurende de tijd dat zij worden
opgevangen, zijn veilig, toegankelijk en passend ingericht in overeenstemming met het aantal en
de leeftijd van de op te vangen kinderen.
(art 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 19 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang)
20 van 24
Definitief inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 13-11-2025
Konijn & Ko 8+ BSO te Lochem

