Page 14 - Inspectierapport Konijn & Ko 12-11-2025
P. 14

Onderdeel van een beroepsopleiding vormt ten minste een met gunstig gevolg afgesloten
keuzedeel dat is gericht op het ontwikkelingsgericht werken in de voorschoolse educatie en dat ten
minste kennis en vaardigheden omvat met betrekking tot:
a. het werken met programma’s voor voor- en vroegschoolse educatie,
b. het stimuleren van de ontwikkeling van het jonge kind, in het bijzonder op de gebieden taal,
rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling,
c. het volgen van de ontwikkeling van peuters en het hierop afstemmen van het aanbod van
voorschoolse educatie,
d. het betrekken van de ouders bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen, en
e. het vormgeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan
een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie.
In afwijking hiervan is het keuzedeel niet vereist indien de genoemde kennis en vaardigheden al
onderdeel zijn van de beroepsopleiding waarop de kwalificatie is gericht.
(art 1.50b en 1.60c lid 1 Wet kinderopvang; art 4 lid 2 en 3 onder a Besluit basisvoorwaarden kwaliteit
voorschoolse educatie)

OF

De bezitter van een getuigschrift dat niet een keuzedeel voorschoolse educatie in de
beroepsopleiding omvat, maakt aantoonbaar dat met gunstig gevolg scholing is afgerond,
bestaande uit ten minste 12 dagdelen, die specifiek is gericht op het verwerven van kennis en
vaardigheden met betrekking tot voorschoolse educatie als genoemd in het Besluit
basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.
(art 1.50b en 1.60c lid 1 Wet kinderopvang; art 4 lid 3 onder b Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse
educatie)

De beroepskracht voorschoolse educatie beheerst aantoonbaar ten minste niveau 3F op de
onderdelen Mondelinge Taalvaardigheid en Lezen.
(art 1.50b en 1.60c lid 1 Wet kinderopvang; art 4 lid 3a Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse
educatie)

De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden, stelt jaarlijks
voor elke locatie voorschoolse educatie een opleidingsplan vast dat in elk geval tot uitdrukking
brengt op welke wijze de kennis en vaardigheden (als genoemd in het Besluit basisvoorwaarden
kwaliteit voorschoolse educatie) van de beroepskracht voorschoolse educatie worden onderhouden.
De houder geeft op concrete en toetsbare wijze uitvoering aan het opleidingsplan, evalueert het
plan jaarlijks en stelt het plan aan de hand van de evaluatie zo nodig bij.
(art 1.50b en 1.60c lid 1 Wet kinderopvang; art 4 lid 4 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse
educatie)

Voor de voorschoolse educatie wordt een programma gebruikt waarin op gestructureerde en
samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen,
motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.
(art 1.50b Wet kinderopvang; art 5 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie)

                                                                      14 van 20

Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 03-11-2025
Peuteropvang Konijn & Ko te Lochem
   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19