Page 13 - Inspectierapport Konijn & Ko 12-11-2025
P. 13
De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden beschrijft in het
pedagogisch beleidsplan, zo concreet en toetsbaar mogelijk, de wijze waarop de ouders worden
betrokken bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen.
(art 1.50b Wet kinderopvang; art 4a lid 1 onder d Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie)
De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden beschrijft in het
pedagogisch beleidsplan, op zo concreet en toetsbaar mogelijke wijze, de inrichting van een
passende ruimte waarin voorschoolse educatie wordt verzorgd en de wijze waarop passend
materiaal voor voorschoolse educatie beschikbaar wordt gesteld.
(art 1.50b Wet kinderopvang; art 4a lid 1 onder e Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie)
De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden beschrijft in het
pedagogisch beleidsplan, zo concreet en toetsbaar mogelijk, de wijze waarop vorm wordt gegeven
aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan een zorgvuldige
overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie.
(art 1.50b Wet kinderopvang; art 4a lid 1 onder f Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie)
De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden beschrijft in het
pedagogisch beleidsplan, zo concreet en toetsbaar mogelijk, hoe het aanbod voorschoolse educatie
zodanig is ingericht dat een kind vanaf de dag dat het tweeëneenhalf jaar oud wordt in anderhalf
jaar ten minste 960 uur voorschoolse educatie kan ontvangen.
(art 1.50b Wet kinderopvang; art 4a lid 1 onder g Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie)
De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden beschrijft in het
pedagogisch beleidsplan, zo concreet en toetsbaar mogelijk, de wijze waarop invulling wordt
gegeven aan de verplichting tot inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse
educatie, en hoe daarmee de kwaliteit van de voorschoolse educatie wordt bevorderd.
(art 1.50b Wet kinderopvang; art 4a lid 1 onder h Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie)
De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden geeft uitvoering
aan het pedagogisch beleidsplan wat de aanvullende onderwerpen voor voorschoolse educatie
betreft, evalueert de uitvoering jaarlijks, en stelt het plan zo nodig aan de hand hiervan bij.
(art 1.50b Wet kinderopvang; art 4a lid 2 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie)
Het aanbod voorschoolse educatie is zodanig ingericht dat een kind vanaf de dag dat het
tweeëneenhalf jaar oud wordt in anderhalf jaar ten minste 960 uur voorschoolse educatie kan
ontvangen. Voor zover het gerealiseerde aanbod voorschoolse educatie meer dan zes uur per dag
omvat, blijft dat daarbij buiten beschouwing.
(art 1.50b Wet kinderopvang; art 2 lid 1 en 2 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie)
De groep bestaat uit ten hoogste 16 feitelijk aanwezige kinderen.
(art 1.50b Wet kinderopvang; art 3 lid 2 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie)
13 van 20
Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 03-11-2025
Peuteropvang Konijn & Ko te Lochem

