Page 12 - Inspectierapport Konijn & Ko 12-11-2025
P. 12
Overzicht getoetste inspectie-items
Pedagogisch klimaat
Pedagogisch beleid
Het kindercentrum beschikt over een pedagogisch beleidsplan. De houder van een kindercentrum
draagt er zorg voor dat in de dagopvang conform het pedagogisch beleidsplan wordt gehandeld.
(art 1.49 lid 1 en 2 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 3 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang)
Voorschoolse educatie
De verhouding tussen het aantal beroepskrachten voorschoolse educatie en het feitelijk aantal
aanwezige kinderen in de groep bedraagt ten minste één beroepskracht voorschoolse educatie per
acht kinderen.
(art 1.50b en 1.60c lid 1 Wet kinderopvang; art 3 lid 1 en 3 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse
educatie)
De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt geboden draagt er zorg voor
dat beroepskrachten voorschoolse educatie in het bezit zijn van:
Een getuigschrift van een opleiding zoals opgenomen in de meest recent aangevangen cao
Kinderopvang.
OF
Een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-
beroepskwalificaties, verleend ten aanzien van de door hen te verrichten beroepswerkzaamheden.
(art 1.50b en 1.60c lid 1 Wet kinderopvang; art 4 lid 1, 5 en 7 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse
educatie; art 10c Regeling Wet kinderopvang)
De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden beschrijft in het
pedagogisch beleidsplan, zo concreet en toetsbaar mogelijk, de voor het kindercentrum
kenmerkende visie op de voorschoolse educatie en de wijze waarop deze visie is te herkennen in
het aanbod van activiteiten.
(art 1.50b Wet kinderopvang; art 4a lid 1 onder a Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie)
De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden beschrijft in het
pedagogisch beleidsplan, zo concreet en toetsbaar mogelijk, de wijze waarop de ontwikkeling van
het jonge kind wordt gestimuleerd, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en
sociaal-emotionele ontwikkeling.
(art 1.50b Wet kinderopvang; art 4a lid 1 onder b Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie)
De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden beschrijft in het
pedagogisch beleidsplan, zo concreet en toetsbaar mogelijk, de wijze waarop de ontwikkeling van
peuters wordt gevolgd en de wijze waarop het aanbod van voorschoolse educatie hierop wordt
afgestemd.
(art 1.50b Wet kinderopvang; art 4a lid 1 onder c Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie)
12 van 20
Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 03-11-2025
Peuteropvang Konijn & Ko te Lochem

