Page 17 - Inspectierapport Konijn & Ko 12-11-2025
P. 17

Veiligheid en gezondheid

Veiligheids- en gezondheidsbeleid

De houder van een kindercentrum heeft voor elk kindercentrum een beleid dat ertoe leidt dat de
veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder
draagt er zorg voor dat er in de dagopvang conform het veiligheids- en gezondheidsbeleid wordt
gehandeld.
(art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 4 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang)

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Vaststellen meldcode

De houder van een kindercentrum stelt voor het personeel een meldcode vast waarin stapsgewijs
wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan
en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden.
De door de houder voor het personeel vast te stellen meldcode bevat ten minste de volgende
elementen:
a. een stappenplan, inhoudende een omschrijving van de stappen voor het omgaan door het
personeel met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling;
b. een afwegingskader op basis waarvan het personeel het risico op en de aard en de ernst van het
huiselijk geweld of de kindermishandeling weegt en dat het personeel in staat stelt te beoordelen
of sprake is van dusdanig ernstig huiselijk geweld of ernstige kindermishandeling, dan wel van een
vermoeden daarvan, dat een melding is aangewezen;
c. een toebedeling van verantwoordelijkheden aan de diverse personeelsleden bij de stappen van
het stappenplan, inclusief vermelding van de functie van degene die eindverantwoordelijk is voor
de beslissing over het al dan niet doen van een melding;
d. indien van toepassing, specifieke aandacht voor bijzondere vormen van geweld, die speciale
kennis en vaardigheden van personeel vereisen;
e. specifieke aandacht voor de wijze waarop het personeel omgaat met gegevens waarvan zij het
vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden.
(art 1.51a lid 1, 2, 3 en 5 en 1.60c lid 1 Wet kinderopvang; art 5 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang)

Accommodatie

Eisen aan ruimtes

De binnen- en buitenruimtes waar kinderen verblijven gedurende de tijd dat zij worden
opgevangen, zijn veilig, toegankelijk en passend ingericht in overeenstemming met het aantal en
de leeftijd van de op te vangen kinderen.
(art 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 10 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang)

Elke stamgroep beschikt over een afzonderlijke vaste stamgroepruimte. Een kindercentrum
beschikt over ten minste 3,5m² binnenspeelruimte per in het kindercentrum aanwezig kind.
Passend voor spelactiviteiten ingerichte binnenruimtes buiten de stamgroepruimte worden naar
evenredigheid aan de groepen van het kindercentrum toebedeeld.
(art 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; art 10 lid 2 Besluit kwaliteit kinderopvang)

                                                                      17 van 20

Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 03-11-2025
Peuteropvang Konijn & Ko te Lochem
   12   13   14   15   16   17   18   19   20