Page 4 - Inspectierapport Konijn & Ko 09-03-2017
P. 4

Observaties en bevindingen

Pedagogisch klimaat

Binnen dit domein zijn de volgende competenties geobserveerd en beoordeeld:

ï‚· waarborging emotionele veiligheid
ï‚· ontwikkeling van persoonlijke competentie
ï‚· ontwikkeling van sociale competentie
ï‚· overdracht van normen en waarden

Om een helder beeld te krijgen van beleid, visie en praktijk is een observatie uitgevoerd.

Tijdens de observatie van de pedagogische praktijk wordt gebruik gemaakt van het
Veldinstrument observatie pedagogische praktijk 4-12 jaar.

Pedagogische praktijk

De praktijkobservatie is uitgevoerd op 9 maart 2017. Er zijn 35 kinderen aanwezig met 5
beroepskrachten. De kinderen zijn verdeeld over 2 groepen.

Het volgende is onder andere geobserveerd ten aanzien van de pedagogische basisdoelen (waarbij
de schuingedrukte tekst uit het veldinstrument is overgenomen en de tekst daarna een uitwerking
daarvan is in zoals deze is geobserveerd in de praktijk):

Zorg dragen voor het waarborgen van emotionele veiligheid
De beroepskrachten communiceren met de kinderen: De beroepskrachten praten met en tegen de
kinderen. Aan tafel worden diverse gesprekken gevoerd. Initiatieven van kinderen worden
opgepakt. Bijvoorbeeld een gesprek over leeftijd, omdat een kind aangeeft dat zijn opa heel oud is
geworden.
De beroepskracht legt ook uit waarom ze dingen doet. Bijvoorbeeld:
De beroepskracht heeft iets uit te delen. Een paar kinderen roepen: ‘deze kant op! ‘De
beroepskracht zegt: 'Nee, ik ga niet jullie kant op en weetje waarom niet? Nee? Jullie waren aan
het klieren met de slagroom, dan zijn jullie als laatste aan de beurt'. 'Oh ‘de kinderen kijken
schuldbewust....

Zorg dragen voor de mogelijkheid om tot ontwikkeling van persoonlijke competentie te
komen
De kinderen hebben de mogelijkheid om (leer)ervaringen op te doen dankzij de groep,
spelmateriaal, activiteitenaanbod en inrichting: De kinderen zijn heel zelfstandig in de ruimte
aanwezig. Ze kiezen zelf en pakken zelf de benodigde spullen. Ze nodigen elkaar uit: Zullen we
...én...wat zullen we gaan spelen X?
De spullen die uitsluitend voor de BSO bedoeld zijn, staan hoog. Het is een gedeelde ruimte met de
peutergroep.

Zorg dragen voor de mogelijkheid om tot ontwikkeling van sociale competentie te komen
De beroepskrachten ondersteunen de kinderen in hun onderlinge interactie: Een kind zegt iets
tegen een ander kind op een schreeuwerige manier. Het andere kind luistert niet/geeft geen
antwoord. Het kind probeert het nog een keer op dezelfde toon. De beroepskracht zegt; ‘He X, als
je rustig praat, gaat ze denk ik wel luisteren. Wat denk jij X? ‘Het kind weet het niet. De
beroepskracht vraagt het aan het aangesproken kind: 'Denk jij dat ook Y? Dat als X rustig praat in
plaats van te gillen, dat je dan luistert?' 'Ja'; beaamt Y.

                                                                                            4 van 10

Definitief inspectierapport buitenschoolse opvang jaarlijks onderzoek 09-03-2017
Konijn & Ko te Lochem
   1   2   3   4   5   6   7   8   9